ECLI:NL:PHR:2011:BQ7049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wanprestatie bij beëindiging samenwerking windturbineproject ondanks opzegging
Partijen sloten samenwerkingsovereenkomsten voor de ontwikkeling en realisatie van windturbineprojecten op locaties in Kampen, aanvankelijk gericht op Haatlandhaven. Eiser zegde de samenwerkingsovereenkomst op omdat realisatie op Haatlandhaven niet mogelijk bleek. Vervolgens participeerde eiser via zijn pensioenvennootschap Ventuse in een nieuw project op Zuiderzeehaven, zonder wederpartij hierin te betrekken.
De wederpartij stelde dat eiser hierdoor wanprestatie pleegde en de samenwerkingsovereenkomst onrechtmatig beëindigde, omdat de verplichtingen voortvloeien uit de oorspronkelijke samenwerking en het concurrentiebeding deelname aan het nieuwe project zonder haar instemming verbiedt. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof stelde eiser aansprakelijk wegens schending van de contractuele verplichtingen en het concurrentiebeding.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de samenwerkingsovereenkomsten, mede gelet op de Haviltexnorm, zo moeten worden uitgelegd dat de verplichtingen jegens de wederpartij voortduren bij voortzetting van het project via een pensioenvennootschap. Het hof heeft terecht geoordeeld dat eiser niet vrij was om zonder instemming van de wederpartij te participeren in het nieuwe project, en dat hij daardoor wanprestatie heeft gepleegd. De cassatieklacht wordt verworpen.
Uitkomst: Eiser is aansprakelijk wegens wanprestatie door zonder instemming van wederpartij via pensioenvennootschap te participeren in nieuw windturbineproject.