ECLI:NL:PHR:2011:BQ3901
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens inbraak en diefstal met braak in woning Rotterdam
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens subsidiaire opzetheling en diefstal met braak in een woning te Rotterdam. Het hof stelde vast dat de verdachte op 1 november 2008 met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een Galatasarayshirt uit de woning van zijn ex-vrouw had weggenomen nadat hij een ruit had ingegooid om binnen te komen.
De verdachte stelde in cassatie dat er geen sprake was van diefstal omdat hij het shirt slechts tijdelijk wilde lenen en dat hij niet met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening de woning was binnengegaan. De Hoge Raad verwierp deze middelen omdat ook tijdelijk zonder toestemming het goed toe-eigenen onder art. 310 Sr Pro valt en het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aan het wegnemen van het shirt moest worden verbonden, niet aan het binnengaan van de woning.
Ambtshalve merkte de Hoge Raad op dat het hof niet had beslist op de schadevordering van de benadeelde partij, terwijl het daartoe ingevolge de wet verplicht was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het niet op die vordering besliste en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof voor het niet beslissen over schadevergoeding en wijst zaak terug; overige veroordeling blijft in stand.