ECLI:NL:PHR:2011:BQ0711
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt cassatiemogelijkheid tegen beslissing tot verbetering proces-verbaal verificatievergadering faillissement
In deze zaak gaat het om een verzoek tot verbetering van het proces-verbaal van de verificatievergadering in het faillissement van [A] B.V. De curator had de vordering van [B] op de failliete boedel niet betwist, maar verzoekers stelden dat de bestuurder van de failliet, [verzoeker 1], dit wel had gedaan en wilden dit laten opnemen in het proces-verbaal.
De rechtbank en het hof wezen het verzoek tot verbetering af. De Hoge Raad bevestigt dat een beslissing op een dergelijk verzoek een beschikking is in de zin van artikel 85 Faillissementswet Pro en dat tegen deze beschikking cassatie openstaat. Het cassatieberoep is tijdig ingesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat [verzoeker 1] zich tijdens de verificatievergadering heeft verzet tegen de vordering van [B]. Er is geen steun in het recht voor de stelling dat het ontbreken van een vermelding in het proces-verbaal betekent dat het oorspronkelijke standpunt onverkort is gehandhaafd.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de klachten niet slagen en het hof zijn oordeel niet onbegrijpelijk heeft gegeven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot verbetering van het proces-verbaal afgewezen.