4.1 In cassatie kan worden uitgegaan van het volgende.
(i) Op naam van Gooi- en Eemland, een advies- en bemiddelingskantoor, zijn op 27 mei 1992 bij een filiaal van ING te Utrecht een guldensrekening en een dollarrekening geopend. Op de desbetreffende handtekeningenkaarten zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] vermeld als tot tekenen gerechtigde personen.
(ii) In mei 1993 heeft ING aan Gooi- en Eemland een kredietfaciliteit verleend tot een maximum van ƒ 1.600.000,-- plus rente en kosten. Dit krediet is in rekening-courant geregistreerd op de guldensrekening. Uit een afschrift van deze rekening van 22 september 1993 blijkt dat Gooi- en Eemland op 20 september 1993 ƒ 1.647.772,62 aan ING schuldig was.
(iii) In de loop van 1993 is tussen Gooi- en Eemland, vertegenwoordigd door [betrokkene 1], en Brockle Investments (hierna: Brockle), vertegenwoordigd door [betrokkene 3] en [betrokkene 4], een overeenkomst gesloten. In het kader van deze overeenkomst zou Brockle een bedrag van ƒ 280.000,-- storten op genoemde dollarrekening. Brockle heeft dit bedrag geleend van Elector.
(iv) Bij fax van 15 september 1993 heeft ABN AMRO Bank aan Elector en ING laten weten dat zij op die dag in opdracht van Elector een bedrag van ƒ 280.000,-- heeft overgemaakt "per spoed swift" naar de dollarrekening van Gooi- en Eemland bij ING.
(v) Op 16 september 1993 heeft op het kantoor van ING te Utrecht een bespreking plaatsgehad tussen [betrokkene 1], [betrokkene 3], [betrokkene 4] en twee medewerkers van ING, waarbij de plannen tot samenwerking tussen Gooi- en Eemland en Brockle aan de orde zijn gekomen. Op de handtekeningenkaart van de dollarrekening van Gooi- en Eemland is toen aangetekend, dat voor opdrachten van deze rekening een handtekening is vereist van [betrokkene 3] of [betrokkene 4], tezamen met [betrokkene 1] of [betrokkene 2]. Van de zijde van Gooi- en Eemland en Brockle is bij de bespreking geïnformeerd of de spoedoverboeking van Elector naar de dollarrekening al was binnengekomen. Dit bleek niet het geval.
(vi) Het bedrag van ƒ 280.000,-- is op 21 september 1993 binnengekomen bij ING. Op het hiervoor onder (ii) genoemde afschrift van de guldensrekening staat vermeld dat op 22 september 1993 een bedrag van ƒ 280.000,-- ten gunste van deze rekening is geboekt, dat aan Gooi- en Eemland ƒ 160,-- aan kosten in rekening wordt gebracht, en dat de schuld van Gooi- en Eemland aan ING door een en ander vermindert van ƒ 1.647.772,62 op 20 september 1993 tot ƒ 1.367.932,62 op 22 september 1993.
(vii) Per 24 januari 1994 heeft Elector de lening aan Brockle opgezegd. Op 15 november 1994 is tussen Brockle en Elector een overeenkomst gesloten waarbij Brockle haar vorderingen op ING, Gooi- en Eemland en [betrokkene 1] ter zake van de schade die Brockle heeft geleden doordat het bedrag van ƒ 280.000,-- op de guldensrekening en niet op de dollarrekening is gestort, overdraagt aan Elector. Deze overdracht is meegedeeld aan ING, Gooi- en Eemland en [betrokkene 1].