ECLI:NL:PHR:2011:BP9344
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf en TBS na verkrachting ondanks cassatieprocedure
De verdachte is door het Hof veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging wegens een ernstige verkrachting, waarbij het slachtoffer zwaar werd mishandeld en het feit onder invloed van alcohol werd gepleegd. Het Hof baseerde zich op eerdere psychiatrische rapporten die een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, psychopathische en afhankelijke kenmerken bij verdachte vaststelden, en achtte het recidivegevaar hoog.
Hoewel de verdachte bezwaar maakte tegen het meenemen van nog niet onherroepelijke veroordelingen in de strafoplegging, oordeelde de Hoge Raad dat het Hof terecht ook rekening hield met eerdere onherroepelijke veroordelingen en de aanwezige stoornissen. De rapporten van gedragsdeskundigen uit 2002 en 2006 werden als voldoende onderbouwing gezien voor de TBS-maatregel, ondanks het ontbreken van een recent multidisciplinair onderzoek door de weigerachtige houding van de verdachte.
De Hoge Raad verwierp ook de klachten over de motivering van het alcoholgebruik en het causale verband tussen stoornis en feit. Wel werd vastgesteld dat de inzendingstermijn van het cassatieberoep was overschreden, wat leidt tot een strafvermindering. De TBS met dwangverpleging blijft gehandhaafd vanwege het gevaar voor de samenleving en de ernst van het delict.
Uitkomst: Bevestiging van drie jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging, met strafvermindering wegens overschrijding cassatietermijn.