ECLI:NL:PHR:2011:BP6568
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontnemingsmaatregel in Antilliaanse witwaszaak ondanks draagkrachtverweer
De zaak betreft een betrokkene die door het Gemeenschappelijk Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba is veroordeeld voor medeplegen van witwassen en opzettelijk handelen in strijd met de Opiumlandsverordening. Het Hof legde een ontnemingsmaatregel op van NAF 61.750,72, gebaseerd op een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene voerde aan dat hij het ontvangen geld aan derden had doorgegeven en stelde een draagkrachtverweer in vanwege zijn slechte financiële positie en beperkte verdiencapaciteit.
Het Hof verwierp deze verweren, stellende dat het niet aannemelijk was dat het geld aan derden was gegeven en dat de betrokkene geen inzicht gaf in de bestemming van het geld. Tevens achtte het Hof aannemelijk dat de betrokkene na detentie voldoende verdiencapaciteit zou hebben. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof voldoende gemotiveerd heeft gereageerd op de verweren en dat het draagkrachtverweer niet tot cassatie leidt.
Ook het middel dat het Hof niet in het bijzonder de redenen zou hebben vermeld voor het opleggen van een hogere ontnemingsmaatregel dan door het openbaar ministerie gevorderd, faalt. De Hoge Raad bevestigt daarmee het vonnis van het Hof en wijst het cassatieberoep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het Hof tot ontneming van NAF 61.750,72 wordt bevestigd.