ECLI:NL:PHR:2011:BP2338
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken grieven tegen verstekvonnis
Op 30 maart 2007 wees de kantonrechter te Zwolle-Lelystad verstekvonnis tegen verzoeker wegens overtreding van artikel 70, eerste lid, Wet personenvervoer 2000, met geldboetes en subsidiaire hechtenis. Verzoeker stelde op 3 april 2008 hoger beroep in. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 11 september 2009 werd uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats van verzoeker in Nederland bekend was. Uit het GBA-overzicht bleek dat verzoeker sinds 31 maart 2009 naar Suriname was vertrokken.
Het hof verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat hij geen schriftuur houdende grieven had ingediend en niet ter terechtzitting was verschenen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte aannam dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, omdat niet was geprobeerd de dagvaarding op het bij de appelakte opgegeven adres te betekenen. Hierdoor is de dagvaarding in hoger beroep nietig.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. De overige middelen falen. De klacht dat het hof niet onderzocht heeft of de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, is gegrond. De niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in hoger beroep wordt daarmee onhoudbaar.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens onjuiste betekening.