ECLI:NL:PHR:2011:BO9869
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing art. 138 Sr op besloten erf van detentiecentrum en verwerpt bezwaren tegen vreemdelingenbeleid
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage verdachte veroordeeld voor medeplegen van beschadiging en het wederrechtelijk binnendringen op een besloten erf dat bestemd is voor de openbare dienst, namelijk het terrein van een detentiecentrum. De verdediging stelde onder meer dat art. 138 Sr Pro niet van toepassing zou zijn op een dergelijk erf en voerde bezwaren aan tegen het Nederlandse vreemdelingenbeleid, stellende dat dit beleid misdadig zou zijn en dat de rechter partijdig zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de tekst en jurisprudentie volgt dat art. 138 Sr Pro niet ziet op lokalen bestemd voor de openbare dienst, maar wel op besloten erven daarvan. Het terrein van het detentiecentrum is een besloten erf dat bestemd is voor de openbare dienst, zodat art. 138 Sr Pro hier wel van toepassing is. De klachten over partijdigheid en het niet onderzoeken van het vreemdelingenbeleid worden verworpen omdat het hof gemotiveerd heeft geoordeeld dat het beleid geacht moet worden rechtmatig te zijn en dat de verdediging onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit anders is.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet gehouden was nader te reageren op de afwijking van de verdediging ten aanzien van het vreemdelingenbeleid en dat het hof terecht het verzoek om een descente heeft afgewezen. Alle middelen van cassatie falen, zodat het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.