ECLI:NL:PHR:2011:BO9817
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering verwerping noodweerberoep
De verdachte is door het hof veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling en stelde cassatie in tegen de verwerping van haar beroep op noodweer en noodweerexces. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het toegepaste geweld niet in redelijke verhouding stond tot de aanranding, mede doordat het onduidelijk liet waaruit de aanranding precies bestond.
De verdediging stelde dat de verdachte zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door twee personen die haar hadden geslagen en getrapt, waarna zij zich tegen een muur had teruggetrokken en een glas in haar richting werd gegooid. Het hof liet echter na deze feiten duidelijk vast te stellen en motiveerde onvoldoende waarom het geweld van de verdachte buiten proportie was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep op noodweer en noodweerexces niet afdoende is beoordeeld. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van een volledige motivering.
Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden, maar dat dit gezien de opgelegde taakstraf geen verdere gevolgen heeft. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer.