ECLI:NL:PHR:2011:BO7117
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Haviltex-toets over identiteit koper bij overdracht onderneming en levering vóór oprichting B.V.
In deze zaak stond centraal wie als koper partij is geworden bij de koopovereenkomst van een onderneming, waarbij levering plaatsvond op 1 juli 2003, maar de koper-B.V. pas op 15 juli 2003 werd opgericht.
De koopovereenkomst werd gesloten tussen de verkoopster en [verweerder] als koper, maar latere overeenkomsten en gedragingen wezen erop dat de vennootschap [A] B.V., vertegenwoordigd door [verweerder], als koper werd beschouwd. Het hof oordeelde dat [verweerder] zich niet persoonlijk had verbonden, maar namens de nog op te richten B.V. had gehandeld, waarbij de Haviltex-maatstaf werd toegepast.
Het middel in cassatie betoogde dat levering vóór oprichting van de B.V. betekende dat [verweerder] persoonlijk koper was, en dat latere overeenkomsten geen beslissende betekenis konden hebben. De Hoge Raad verwierp dit en stelde dat de levering op zich geen oordeel geeft over wie partij is bij de koopovereenkomst. Ook latere gedragingen en overeenkomsten kunnen relevant zijn.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht de Haviltex-maatstaf heeft toegepast en dat de klacht faalt. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de koper is de vennootschap [A] B.V. en niet [verweerder] persoonlijk.