ECLI:NL:PHR:2011:BO6753
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsminimum bij zedenzaak volgens art. 342 lid 2 Sv
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld in een zedenzaak. Het cassatiemiddel betoogde dat de bewezenverklaring in strijd was met het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro, omdat deze voornamelijk steunde op de verklaring van één getuige, het slachtoffer.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie omtrent het bewijsminimum, waarbij niet uitsluitend op de verklaring van één getuige mag worden gegrond zonder voldoende steunbewijs. In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat de verklaring van het slachtoffer voldoende wordt ondersteund door verklaringen van de moeder en ex-vriend van het slachtoffer, alsmede door sms-berichten en telefoongesprekken die de verklaringen bevestigen.
Hoewel deze ondersteunende verklaringen deels van dezelfde bron afkomstig zijn, acht de Hoge Raad de samenhang met het bewezenverklaarde feit voldoende. De Hoge Raad concludeert dat het bewijsminimum niet is geschonden en dat het cassatiemiddel faalt. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het arrest, zodat het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft gehandhaafd.