ECLI:NL:PHR:2011:BO5354
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorbedachte raad bij moord ondanks korte beraadtermijn
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte met voorbedachte raad handelde bij het doden van het slachtoffer door het doorsnijden van haar hals. Verdachte had het slachtoffer eerst in de rug gestoken en vervolgens, binnen enkele seconden, haar hals doorgesneden. De verdediging voerde aan dat de korte tijdsspanne onvoldoende was voor beredenering, waardoor sprake zou zijn van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling en dus geen voorbedachte raad.
Het hof oordeelde dat verdachte wel degelijk voldoende tijd had om zich te beraden, mede op basis van verklaringen van verdachte en bloedsporenonderzoek die aantoonden dat het slachtoffer zich tussen de steken in de rug en het doorsnijden van de hals bewoog. Het hof achtte het doorsnijden van de hals een andersoortig letsel, wat wijst op een gedragswijziging en een nieuw besluit. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees op jurisprudentie dat voorbedachte raad niet vereist dat daadwerkelijk is nagedacht, maar dat er gelegenheid toe is geweest.
Daarnaast speelde de vraag of verdachte schuldig was aan het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten. De rechtbank sprak verdachte vrij van de primaire tenlastelegging omdat niet was bewezen dat hij wist dat het geld vals was of dat hij het zelf had nagemaakt. Het hof veroordeelde verdachte echter subsidiair voor het uitgeven van valse biljetten, omdat verdachte dit duidelijk had bekend en het hof volstond met een opgave van bewijsmiddelen. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat dit oordeel onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde het arrest van het hof waarin verdachte werd veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte raad en het subsidiaire feit van het uitgeven van valse bankbiljetten. De vrijspraak voor het primaire vals geld feit bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte raad en het subsidiaire feit van het uitgeven van valse bankbiljetten.