ECLI:NL:PHR:2011:BO3374
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks mishandelingsklacht verdachte op politiebureau
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens opzetheling. Hij stelde dat hij door politieambtenaren op het politiebureau te Baarn was mishandeld en dat de klacht hierover door de Rijksrecherche had moeten worden onderzocht. Omdat dit niet gebeurde, voerde hij verweren tot niet-ontvankelijkheid van het OM in de vervolging.
Het Hof wees deze verweren af omdat het Bureau Veiligheid en Integriteit (BVI) een onderzoek had verricht en verdachte en zijn raadsman niet wilden meewerken aan dat onderzoek, maar alleen aan een onderzoek door de Rijksrecherche. Het Hof achtte het BVI niet op voorhand partijdig en vond onvoldoende bewijs dat verdachte door politiegeweld letsel had opgelopen tijdens zijn aanhouding.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling. Hij oordeelde dat het VN-Folteringverdrag geen recht geeft op onderzoek door de Rijksrecherche, maar alleen op een onafhankelijk en onverwijld onderzoek. Ook is niet elke mishandeling foltering in de zin van het verdrag. Bovendien is niet gebleken dat het OM door het niet-onderzoek door Rijksrecherche de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft geschonden. Het cassatieberoep faalde, en het OM bleef ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de ontvankelijkheid van het OM en verwierp het cassatieberoep van verdachte.