ECLI:NL:PHR:2011:BM0781
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding en gebrek aan belang bij beklag beslag
Verzoeker stelde beklag in tegen de verbeurdverklaring van een geldbedrag van €148.700 dat onder een derde in beslag was genomen. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond omdat het bedrag reeds verbeurd was verklaard in een onherroepelijk vonnis. Verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep te laat was ingediend. De beschikking was uitgereikt aan het kantooradres van de raadsman van verzoeker, maar verzoeker had geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en de betekening had niet aan de griffier plaatsgevonden zoals voorgeschreven voor personen zonder bekende verblijfplaats. De Hoge Raad oordeelde dat de uitreiking aan de raadsman rechtsgeldig was, maar dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar was, mede omdat de raadsman tijdig op de hoogte had moeten zijn van de termijn. Daarnaast ontbrak het verzoeker aan belang, nu het geldbedrag onherroepelijk verbeurd was verklaard. De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling volgens art. 552b Sv.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn en gebrek aan belang.