ECLI:NL:PHR:2010:BN8056
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van advocaat tot afgifte verklaring in schuldsaneringsprocedure
Verzoekers tot cassatie, echtelieden, dienden verzoeken in tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en tot gedwongen schuldregeling. De rechtbank verklaarde deze verzoeken niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1 sub f Faillissementswet Pro, die volgens de wet door het college van burgemeester en wethouders of een gemandateerde gemeentelijke kredietbank moet worden afgegeven.
Het hof bevestigde de niet-ontvankelijkheid en wees op het appelverbod bij dergelijke beslissingen. Verzoekers stelden in cassatie de vraag of advocaten, die schuldenaren bijstaan bij buitengerechtelijke schuldregelingen, ook bevoegd zijn om deze verklaring af te geven, ondanks het ontbreken van een mandaat van het college.
De Hoge Raad concludeert dat de wet een leemte bevat doordat advocaten niet expliciet worden genoemd als bevoegde personen, terwijl zij wel deskundig zijn en bijstand verlenen. Gezien de problematiek van wachttijden en het gemeentelijke monopolie acht de Hoge Raad het gerechtvaardigd om de verklaring ook door advocaten te laten afgeven. Het bestreden arrest wordt vernietigd om deze reden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat advocaten bevoegd zijn om de verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1 sub f Faillissementswet af te geven.