ECLI:NL:PHR:2010:BM9528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eiswijziging en onrechtmatige daad na cassatie en verwijzing in Antilliaanse appartementszaak
In deze Antilliaanse civiele zaak staat centraal of eiswijziging is toegestaan in het geding na cassatie en verwijzing en of sprake is van onrechtmatige daad door de ouders en verweerster jegens eiseres. Eiseres had een appartement in gebruik en stelde dat zij de verbouwkosten uit eigen middelen had betaald, terwijl de ouders het eigendom aan verweerster hadden overgedragen. Na cassatie en verwijzing oordeelde het hof dat de koopovereenkomst geldig was en dat alleen de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad nog beoordeeld moest worden.
Het hof wees het bewijsaanbod van eiseres af en oordeelde dat de verkoop geen onrechtmatige daad opleverde. Eiseres stelde dat verweerster onrechtmatig had gehandeld door te profiteren van de onrechtmatige daad van haar ouders, maar het hof verwierp dit. Tevens werd geweigerd de eiswijziging en het instellen van een vordering als erfgenaam toe te laten.
De Hoge Raad bevestigt dat na cassatie en verwijzing de zaak moet worden behandeld in de stand van de vernietigde uitspraak en dat geen wijziging van eis is toegestaan buiten de grenzen van art. 130 Rv Pro. De klachten van eiseres over het niet horen van getuigen, het versmallen van haar stellingen en het niet erkennen van onrechtmatige daad worden verworpen. Ook het beroep op wijziging van hoedanigheid faalt. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen; eiswijziging na verwijzing is niet toegestaan.