ECLI:NL:PHR:2010:BM6904
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onrechtmatige DNA-afname en onjuiste aanvulling tenlastelegging bij woninginbraken
In deze zaak werd verdachte door het Hof Amsterdam veroordeeld voor meerdere woninginbraken waarbij de toegang werd verschaft door het boren van gaten in kozijnen. Het hof achtte het bevel tot DNA-afname rechtmatig omdat bij een feit waarvoor ernstige bezwaren bestonden materiaal was aangetroffen dat bruikbaar was voor DNA-onderzoek. De verdediging voerde aan dat het bevel onrechtmatig was omdat er geen verdenking bestond dat lichaamsmateriaal was aangetroffen bij de betreffende inbraak.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat daadwerkelijk bruikbaar DNA-materiaal was aangetroffen bij de inbraak waarop het bevel was gebaseerd. Tevens is geoordeeld dat de aanvulling van de tenlastelegging op grond van artikel 314a Sv niet toelaatbaar was omdat de feiten buiten de oorspronkelijke periode vielen en het verband onvoldoende was gemotiveerd.
Het hof heeft het bewijs van de feiten 1 en 2 (inbraken op 5 mei 2007) wel terecht bewezen geacht, onder meer op basis van technisch onderzoek van een afgebroken hengsel dat naadloos aansloot op een bij verdachte aangetroffen deel. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het betreft de beslissingen over de DNA-afname en de aanvulling van de tenlastelegging en wijst de zaak terug aan het Hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor de DNA-afname en aanvulling tenlastelegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.