ECLI:NL:PHR:2010:BM4649
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting gemeenschap van goederen en afwijzing aanspraak overwaarde woning bij echtscheiding
De zaak betreft een echtscheiding tussen een man en een vrouw die in 1997 in Suriname zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De vrouw kocht de echtelijke woning alleen en financierde deze met een hypothecaire lening, waarbij zij en haar vader als schuldenaren stonden. In 2003 werd een tweede hypotheek afgesloten waarbij de man mede-hoofdelijke schuldenaar werd en hij betaalde de hypotheekrente en premies van kapitaalverzekeringen.
De vrouw verzocht om echtscheiding en afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, waarbij de man aanspraak maakte op de helft van de overwaarde van de woning. De rechtbank bepaalde dat de overwaarde bij helfte moest worden verdeeld, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees de aanspraak van de man af. Het hof overwoog dat de woning aan de vrouw was geleverd en dat de man geen eigendomsrecht had ondanks zijn aansprakelijkheid voor de hypotheek en betalingen van rente en premies.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Volgens vaste jurisprudentie kunnen huwelijkse voorwaarden alleen geldig zijn indien notarieel vastgelegd, en een beperkte gemeenschap kan alleen ontstaan indien goederen gezamenlijk zijn geleverd. De man had geen aanspraak op de woning of de overwaarde, aangezien hypotheekrente als consumptieve uitgave geldt en betalingen van premies gelijkgesteld worden aan aflossingen, die slechts recht geven op nominale verrekening. De Hoge Raad verwierp het beroep van de man en bevestigde dat de uitsluiting van gemeenschap van goederen ook de overwaarde van de woning omvat.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de man geen aanspraak heeft op de overwaarde van de woning die aan de vrouw toebehoort.