ECLI:NL:PHR:2010:BM4453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak en verwijst WOTS-zaak terug wegens onvoldoende onderzoek naar verzwarende strafpositie
De zaak betreft de omzetting van een Franse strafzaak naar Nederlandse uitvoering op grond van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS). De veroordeelde was in Frankrijk veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en een geldboete voor betrokkenheid bij de invoer van een grote hoeveelheid cocaïne. De rechtbank Breda had de straf omgezet in een gevangenisstraf van 48 maanden, rekening houdend met Nederlandse richtlijnen en de rol van de veroordeelde, maar zonder voldoende onderzoek te doen naar de mogelijke verzwarende gevolgen van deze straf in vergelijking met de Franse uitvoering.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet heeft voldaan aan de verplichting om te onderzoeken of de strafrechtelijke positie van de veroordeelde door de omzetting niet nadeliger wordt, zoals vereist op grond van artikel 31 WOTS Pro en het internationale verdrag inzake overbrenging van gevonniste personen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat de rechter bij een dergelijk verweer onderzoek moet doen naar de waarschijnlijkheid dat de strafrechtelijke positie wordt verzwaard.
Daarnaast wordt geoordeeld dat de rechtbank niet verplicht is rekening te houden met de detentieomstandigheden in Frankrijk, maar daartoe wel bevoegd is. Het middel dat de rechtbank dit ten onrechte niet deed, wordt verworpen. De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Breda voor een nieuwe behandeling waarbij het onderzoek naar de strafrechtelijke positie van de veroordeelde moet worden uitgevoerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor nader onderzoek naar de verzwarende gevolgen van de strafoplegging.