ECLI:NL:PHR:2010:BM4396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid ontucht met geestelijk gehandicapte bij wetenschap van verminderde weerstandsbekwaamheid
In juni 2005 pleegde de verdachte seksuele handelingen met een toen 18-jarige man die leed aan een lichte verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis (PDD-NOS). Het slachtoffer was door zijn gebrekkige geestelijke ontwikkeling niet of onvolkomen in staat weerstand te bieden tegen ontuchtige handelingen. Dit werd onder meer vastgesteld aan de hand van een rapportage van het Orthopedagogisch Centrum OPL en verklaringen van het slachtoffer en diens ouders.
Het hof stelde vast dat de verdachte bewust gebruikmaakte van het verminderde weerstandsvermogen van het slachtoffer, door een proces van grooming waarbij hij het vertrouwen van het slachtoffer won en geleidelijk seksuele toenaderingen maakte. De verdachte wist dat het slachtoffer geestelijk niet in orde was en schatte zijn niveau in op dat van een 10-jarige.
De Hoge Raad bevestigde dat de wetgever met artikel 247 Sr Pro de strafrechtelijke bescherming van fysiek weerlozen heeft uitgebreid tot personen die psychisch weerloos zijn door een gebrekkige ontwikkeling of stoornis van de geestvermogens. Voor strafbaarheid is vereist dat het slachtoffer niet of onvolkomen in staat is zijn wil te bepalen, kenbaar te maken of weerstand te bieden, en dat de dader hiervan opzet heeft, ook in voorwaardelijke zin.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die stelden dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het slachtoffer niet in staat was zijn wil te bepalen of dat de verdachte opzet had. Het hof had een toereikend bewijs gevonden voor het verminderde weerstandsvermogen en de wetenschap daarvan door de verdachte. De Hoge Raad benadrukte dat het oordeel over bewijswaardering aan de feitenrechter is voorbehouden.
De conclusie van de procureur-generaal was dat het cassatieberoep ongegrond is en verworpen moet worden, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.