ECLI:NL:PHR:2010:BL7971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermogensetikettering van bovenwoning in gemengd gebruikt pand voor ondernemings- of privévermogen
Belanghebbende en haar echtgenoot kochten in 1987 een woonwinkelpand dat juridisch niet gesplitst was, waarbij het winkelgedeelte voor de onderneming werd gebruikt en de bovenwoning voor privédoeleinden bestemd was. Het hof oordeelde dat de bovenwoning verplicht privévermogen vormde omdat zij niet met het oog op de onderneming was aangekocht en ook niet binnen de onderneming werd gebruikt.
De Hoge Raad stelt dat bij een juridisch niet-gesplitst pand de keuze van de belastingplichtige om het gehele pand tot het ondernemingsvermogen te rekenen in beginsel geldt, tenzij de grenzen der redelijkheid worden overschreden. De feitelijke situatie en intentie bij aankoop zijn hierbij doorslaggevend. Het feit dat de bovenwoning niet voor de onderneming werd gebruikt, doet niet af aan de redelijkheid van de keuze om het gehele pand als ondernemingsvermogen te rekenen.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het hof en verklaart het beroep van de staatssecretaris gegrond. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden die een keuzeherziening rechtvaardigen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt niet gehonoreerd. De zaak wordt verwezen naar het hof voor verdere behandeling.
Deze uitspraak verduidelijkt de criteria voor vermogensetikettering bij gemengd gebruikte panden, waarbij de juridische splitsbaarheid en de feitelijke aanwending bepalend zijn voor de classificatie als ondernemings- of privévermogen. De keuzevrijheid van de ondernemer wordt bevestigd mits binnen redelijke grenzen.
De conclusie van de advocaat-generaal en de jurisprudentie van 13 juli 2007 worden in de overwegingen betrokken, waarbij het belang van de wil van de belastingplichtige en de grenzen der redelijkheid centraal staan.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel dat de bovenwoning verplicht privévermogen is en bevestigt dat de keuze om de bovenwoning tot het ondernemingsvermogen te rekenen binnen redelijke grenzen valt.