ECLI:NL:PHR:2010:BL5262
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg pensioenovereenkomst inzake onvoorwaardelijke indexering volgens Haviltex-maatstaf
Deze zaak betreft de uitleg van een pensioenafspraak tussen Halliburton en een werknemer over de indexering van pensioenaanspraken. Halliburton wijzigde in 1994 de collectieve pensioenregeling, waarbij de werknemer stilzwijgend instemde met een onvoorwaardelijke jaarlijkse indexering. De vraag was of deze indexering al dan niet voorwaardelijk was, afhankelijk van de overrente die de pensioenverzekeraar uitkeerde.
De Hoge Raad bevestigt dat de Haviltex-maatstaf van toepassing is op de uitleg van de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Het hof had de brief van 9 juni 1994 en de bijbehorende documenten correct uitgelegd als een onvoorwaardelijke toezegging tot indexering. Het hof mocht de latere omstandigheden gefaseerd betrekken bij de uitleg en stelde terecht dat afwijking van de oorspronkelijke afspraak slechts met uitdrukkelijke instemming van de werknemer kon plaatsvinden.
De Hoge Raad wijst erop dat de eis van uitdrukkelijke instemming niet onredelijk is, maar dat het hof deze eis niet heeft gehanteerd bij de initiële instemming met de regeling. Ook is geoordeeld dat de positie van de werknemer als lid van het Management Team geen aanleiding gaf tot een andere uitleg. De indexeringsmaatstaf zoals vermeld in het pensioenreglement van 1996 is passend voor de berekening van de hoogte van de indexering. Het bestreden arrest wordt vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en bevestigt dat de pensioenindexering onvoorwaardelijk is toegezegd volgens de Haviltex-maatstaf.