ECLI:NL:PHR:2010:BL3587
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid derdenverzet en aansprakelijkheid borg bij lening en beslag op woning na echtscheiding
Deze zaak betreft een geschil over de borgstelling voor een lening verstrekt aan een vennootschap en de gevolgen van conservatoir beslag op een woning die toebehoorde aan de ex-echtgenoten na hun echtscheiding.
De eiser had borg gestaan voor een lening aan de vennootschap en had een bedrag betaald aan de bank. De woning was toegewezen aan de verweerster in het echtscheidingsconvenant, maar niet geleverd. De eiser legde conservatoir beslag op de woning die nog op naam van de ex-echtgenoot stond. De verweerster stelde derdenverzet in tegen het vonnis dat het beslag waardeerde.
Het Hof bevestigde het vonnis en oordeelde dat de verweerster ontvankelijk was in haar derdenverzet omdat het beslag haar rechten benadeelde. Tevens bepaalde het Hof dat de eiser de helft van het betaalde bedrag op de ex-echtgenoot kon verhalen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de eiser en oordeelde dat het beslag niet rustte op een onverdeeld aandeel en dat de verweerster gerechtigd was verzet in te stellen. De klachten van de eiser faalden, mede omdat feitelijke grondslagen ontbraken en de rechtsvragen niet tot rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het vonnis van het Hof bevestigd.