ECLI:NL:PHR:2010:BL3269
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van invordering van bestuursrechtelijke dwangsommen na legalisering
In deze zaak staat centraal de invordering van bestuursrechtelijke dwangsommen die zijn opgelegd wegens overtreding van vergunningvoorschriften door een varkenshouderij. De Gemeente Steenbergen legde dwangsommen op vanwege het niet naleven van voorschriften omtrent mestkanalen. Ondanks bezwaren van de eiser tot cassatie, die stelde dat latere ontwikkelingen (legalisering) het invorderen disproportioneel maakten, heeft het hof de invordering gehandhaafd.
De Hoge Raad bevestigt dat onder het tot 1 juli 2009 geldende recht de invordering van dwangsommen niet vatbaar was voor bezwaar en beroep, maar dat in de verzetprocedure tegen het dwangbevel wel kan worden beoordeeld of invordering terecht is. Legaliseringsargumenten kunnen daarbij een rol spelen, maar mogen niet leiden tot herbeoordeling van het oorspronkelijke besluit tot oplegging van de dwangsom vanwege het leerstuk van formele rechtskracht.
De Hoge Raad benadrukt dat het bestuur een beperkte beoordelingsmarge heeft bij de beslissing tot invordering en dat de rechter deze marge slechts marginaal toetst. Het hof heeft de legalisering meegewogen, maar vond dat de ernst van het niet-naleven van de last-onder-dwangsom en het belang van generale preventie zwaarder wogen. De klachten van de eiser tot cassatie worden daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de invordering van de dwangsommen blijft gehandhaafd.