ECLI:NL:PHR:2010:BL2278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens ontbreken actuele geneeskundige verklaring bij voorwaardelijke machtiging Wet Bopz
De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie tot verlening van een voorwaardelijke machtiging voor betrokkene onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De rechtbank had het verzoek lange tijd aangehouden en uiteindelijk op 8 oktober 2009 toegewezen op basis van geneeskundige verklaringen van februari 2009 en een behandelingsplan van januari 2009. Betrokkene was op dat moment niet onvrijwillig opgenomen.
In cassatie werd geklaagd over de overschrijding van de redelijke beslistermijn en het ontbreken van een voldoende recente geneeskundige verklaring. De Hoge Raad oordeelt dat hoewel de beslissing niet binnen een redelijke termijn is genomen, dit niet leidt tot afwijzing van het verzoek. Wel is vereist dat de geneeskundige verklaring inzicht geeft in de actuele geestelijke gezondheid van betrokkene.
De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de verklaring van februari 2009 actueel was, omdat sinds augustus 2009 geen behandelcontacten meer waren geweest en de behandelend psychiater slechts een prognose gaf. Daarom wordt de beschikking vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe beoordeling met een actuele geneeskundige verklaring.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens het ontbreken van een actuele geneeskundige verklaring en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.