ECLI:NL:PHR:2010:BK9252
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt moordveroordeling en toelating rekening houden met nieuwe regeling voorwaardelijke invrijheidstelling
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaar wegens moord en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling die per 1 juli 2008 is ingevoerd.
De verdachte voerde in cassatie aan dat het hof onterecht deze nieuwe regeling als strafverzwaring heeft meegewogen, omdat deze regeling slechts de wijze van executie van de straf betreft en niet de straf zelf. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof niet heeft miskend dat het hier gaat om een wijziging in de wijze van executie, maar dat het hof terecht heeft geoordeeld dat deze wijziging aanleiding kan geven om bij de strafoplegging hiermee rekening te houden.
Daarnaast heeft het hof het bewijs en de omstandigheden beoordeeld en geoordeeld dat sprake is van moord met voorbedachten rade. Het hof heeft het beroep op putatief noodweer en noodweerexces verworpen. De Hoge Raad vindt geen onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering in het arrest van het hof en verwerpt het cassatieberoep van verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot dertien jaar gevangenisstraf en oordeelt dat rekening houden met de nieuwe regeling voorwaardelijke invrijheidstelling bij strafoplegging toelaatbaar is.