ECLI:NL:PHR:2010:BK8102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek op grond van artikel 69 Faillissementswet voor ontruiming pand
Groot Amer B.V., verhuurder van een pand, had de huurovereenkomst met de failliete huurder VDS Groep B.V. opgezegd en verzocht de rechter-commissaris op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro (Fw) om de curatoren te bevelen het pand eerder te ontruimen dan de wettelijke opzegtermijn van drie maanden.
De rechter-commissaris verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat artikel 69 Fw Pro slechts bedoeld is om schuldeisers invloed te geven op het beheer van de failliete boedel en niet om persoonlijke rechten tegenover de boedel te effectueren. Groot Amer stelde dat zij ook concurrente crediteur was en dat een eerdere ontruiming de boedelschuld zou beperken, wat ten goede zou komen aan alle crediteuren.
De rechtbank Leeuwarden bevestigde de niet-ontvankelijkheid en oordeelde dat het verzoek vooral gericht was op het realiseren van een persoonlijk recht van Groot Amer, hetgeen niet via artikel 69 Fw Pro kan. Het cassatieberoep werd door de Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang van Groot Amer bij toewijzing van het verzoek inmiddels was komen te vervallen en artikel 69 Fw Pro niet bedoeld is voor het afdwingen van persoonlijke rechten.
De Hoge Raad bevestigde dat zaken bij de rechtbank in beginsel door een enkelvoudige kamer worden behandeld en verwierp de klachten over de motivering en toepassing van artikel 69 Fw Pro. De verwijzing naar eerdere jurisprudentie werd als juist en begrijpelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Groot Amer B.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste toepassing en strekking van artikel 69 Faillissementswet.