ECLI:NL:PHR:2010:BK7062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift wegens onjuiste rechtsopvatting over sepotbeslissing
Klaagster diende een klaagschrift in tot teruggave van een geldbedrag van €31.400,- die in beslag was genomen. De Rechtbank te Haarlem verklaarde haar niet-ontvankelijk omdat het klaagschrift niet binnen drie maanden na het einde van de vervolgde zaak was ingediend, zoals vereist in art. 552a lid 3 Sv.
De strafzaak tegen betrokkene werd echter door de officier van justitie geseponeerd zonder tussenkomst van een rechter, waardoor volgens de Hoge Raad geen sprake was van een vervolgde zaak in de zin van art. 552a lid 3 Sv. In dat geval geldt een langere termijn van twee jaar voor het indienen van het klaagschrift.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door de sepotbeslissing als het einde van een vervolgde zaak te beschouwen. Het middel van klaagster slaagde daarom, waarna de Hoge Raad de beschikking vernietigde en verwees naar het Gerechtshof Amsterdam voor een inhoudelijke behandeling van het klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.