ECLI:NL:PHR:2010:BK5989
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheden tijdelijk door de rechter benoemde bestuurder stichting en rechtsgeldigheid bestuursbesluiten
In deze zaak staat de vraag centraal of een krachtens artikel 2:298 lid 2 BW Pro door de rechtbank benoemde voorlopig bestuurder van een stichting bevoegd is om permanente bestuursleden te benoemen en een geschorste bestuurder te ontslaan. De feiten betreffen de benoeming van een voorlopig bestuurder na schorsing van een bestuurder wegens wanbeheer en de daaropvolgende benoeming van nieuwe bestuurders en het ontslag van de geschorste bestuurder.
De rechtbank Almelo benoemde de voorlopig bestuurder met bevoegdheden conform de wet en statuten. Het hof Arnhem bekrachtigde deze beschikking en stelde vast dat de voorlopig bestuurder bevoegd was om nieuwe bestuurders te benoemen en het ontslag van de bestuurder te effectueren, mits binnen de statuten en met inachtneming van de voorgeschreven procedures. De Hoge Raad bevestigt dat een tijdelijk bestuurder dezelfde bevoegdheden kan hebben als een permanent bestuurder, ook al kunnen de besluiten onomkeerbare gevolgen hebben.
De Hoge Raad wijst de klachten van eiseres af die stelden dat de bevoegdheden van de tijdelijk bestuurder beperkt zouden zijn tot zaken die geen uitstel kunnen verdragen. De Hoge Raad benadrukt dat de rechter bij voorlopige voorzieningen een billijke afweging moet maken en dat de bevoegdheden van een tijdelijk bestuurder niet per definitie beperkt zijn tot spoedeisende zaken. De benoeming van nieuwe bestuurders en het ontslag van een bestuurder door de tijdelijk bestuurder en zijn medebestuurders zijn rechtsgeldig en niet in strijd met de wet of statuten.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de tijdelijk door de rechter benoemde bestuurder bevoegd was om nieuwe bestuurders te benoemen en de geschorste bestuurder te ontslaan binnen de wet en statuten.