ECLI:NL:PHR:2010:BK5627
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek wegens nieuw bewijs in strafzaak sociale zekerheidsfraude
Verzoeker werd door de politierechter veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur wegens het nalaten van het verstrekken van juiste gegevens over zijn verblijfplaats en vermogen in het kader van een WWB-uitkering. De bewezenverklaring betrof twee periodes waarin verzoeker niet de juiste informatie zou hebben verstrekt.
Na de veroordeling werd een bestuursrechtelijk besluit genomen waarin werd geoordeeld dat verzoeker te goeder trouw was en dat de ontheffing van de arbeidsplicht wegens mantelzorg correct was toegepast. Dit bestuursrechtelijke besluit vormde de grondslag voor het herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad analyseerde het dossier en concludeerde dat de strafrechter mogelijk niet op de hoogte was van de verklaring van de klantmanager die het standpunt van verzoeker ondersteunde. Dit leidde tot het vermoeden dat, indien deze verklaring bekend was geweest, de strafrechter tot vrijspraak had kunnen komen.
Daarom werd het herzieningsverzoek gegrond verklaard en werd de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor herbehandeling. De Hoge Raad benadrukte het belang van volledige kennisname van alle relevante stukken voor een eerlijk proces.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard en zaak verwezen naar gerechtshof Arnhem voor herbehandeling.