ECLI:NL:PHR:2010:BK3103
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing aan gelijkheidsbeginsel en eigendomsrecht bij tariefwijziging motorrijtuigenbelasting bestelauto's
Belanghebbende, een particulier houder van een bestelauto, werd geconfronteerd met een tariefverhoging in de motorrijtuigenbelasting (mrb) per 1 juli 2005, waarbij alleen ondernemers een verlaagd tarief behouden. Hij betwistte deze wijziging met een beroep op het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel en het eigendomsgrondrecht. De Rechtbank en het Hof verwierpen zijn beroep, stellende dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het onderscheid tussen ondernemers en particulieren gerechtvaardigd is.
De Hoge Raad bevestigt dat de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsvrijheid bleef en dat ondernemers en particulieren met een bestelauto als gelijke gevallen moeten worden beschouwd voor het gelijkheidsbeginsel. De tariefwijziging valt onder de werkingssfeer van artikel 26 IVBPR Pro, artikel 14 EVRM Pro en artikel 1 van Pro het Twaalfde Protocol. De Hoge Raad wijst echter op het belang van proportionaliteit en evenredigheid bij het eigendomsrecht en constateert dat het Hof niet heeft onderzocht of de tariefverhoging in samenhang met een waardedaling van de bestelauto een buitensporige last vormt.
Omdat het expertiserapport een waardedaling van circa 25% suggereert en de tariefverhoging ongeveer 331% bedroeg, acht de Hoge Raad het niet ondenkbaar dat sprake is van een onevenredige inbreuk op het eigendomsrecht. Daarom wordt de zaak verwezen naar de feitenrechter voor nader onderzoek naar deze waardevermindering en de gevolgen daarvan voor de proportionaliteit van de belastingheffing.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar waardevermindering en proportionaliteit.