ECLI:NL:PHR:2009:BJ9934
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadevergoeding bij ondeugdelijke oplevering kas en waardevermindering
In deze zaak gaat het om een geschil tussen eiseres en verweerster over de omvang van de schadevergoeding wegens ondeugdelijke oplevering van een kas in 1991. De kas was voorzien van een coating die losliet en afbladderde, wat ook bij andere tuinders gebeurde. Verweerster vorderde schadevergoeding voor waardevermindering en productieverlies.
De rechtbank en het hof stelden vast dat de schadevergoeding toekwam voor de waardevermindering van de kas, ondanks dat verweerster de kas gedurende haar levensduur bleef gebruiken. De Hoge Raad bevestigt dat abstracte schadebegroting is toegestaan en dat de waardevermindering als schadepost geldt, ook als de daadwerkelijke verkoopwaarde niet wordt gerealiseerd.
De Hoge Raad overweegt dat het eigen gebruik van de kas en het niet herstellen van het nadeel de schadevergoeding niet uitsluiten. Ook het argument dat productieverlies al in de waardevermindering is verdisconteerd, wordt verworpen. De rechter heeft ruime beoordelingsvrijheid bij de keuze van de methode van schadebegroting.
De klachten van eiseres worden verworpen en de beslissing van het hof wordt bekrachtigd. De Hoge Raad benadrukt dat de schadebegroting in overeenstemming is met redelijkheid en praktische hanteerbaarheid, en dat de motivering van het hof voldoende is.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.