ECLI:NL:PHR:2009:BJ7322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot onbelemmerde inzage in gegevensdragers in enquêteprocedure
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een beschikking van de Voorzitter van de Ondernemingskamer die curatoren van KPNQwest heeft bevolen onbelemmerde en onvoorwaardelijke inzage te geven in gegevensdragers voor een enquêteonderzoek. De onderzoekers hadden verzocht om dit bevel, en de Voorzitter had dit toegewezen zonder formele verzoekschriftprocedure en zonder zitting.
De Hoge Raad bevestigt dat hoewel de verzoekschriftprocedure in beginsel van toepassing is op verzoeken ex art. 2:352 BW Pro, de aard van het verzoek tot het geven van een bevel ter facilitering van een enquêteonderzoek een informele procedure rechtvaardigt. Dit betekent dat het verzoek zonder formeel verzoekschrift en zonder advocaat kan worden ingediend en zonder zitting kan worden behandeld. Wel moeten degenen die informatie moeten verstrekken de gelegenheid krijgen hun standpunt kenbaar te maken.
De Hoge Raad benadrukt dat de onderzoekers ruime vrijheid hebben om te bepalen welke informatie zij nodig achten en dat medewerking door curatoren in faillissementssituaties in principe moet worden verleend, tenzij het verzoek duidelijk buiten het onderzoeksgebied valt. De procedurele vereisten van hoor en wederhoor zijn slechts verplicht indien belanghebbenden rechtstreeks in hun belangen worden geschaad door het bevel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen omdat de Voorzitter van de Ondernemingskamer terecht een informele procedure heeft gevolgd en het bevel heeft gegeven. Dit oordeel sluit aan bij de wetsgeschiedenis en literatuur over de toepassing van de verzoekschriftprocedure in enquêteprocedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het bevel tot inzage in gegevensdragers blijft in stand.