ECLI:NL:PHR:2009:BJ7320
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor schending margin- en kredietbewakingsplicht bij effectentransacties
De zaak betreft een geschil tussen een gepensioneerde bankdirecteur en Staalbankiers over de vraag of de bank aansprakelijk is voor schade door het uitvoeren van effectentransacties ondanks margin- en dekkingstekorten.
De belegger had vanaf 1978 effecten en later opties en futures bij Staalbankiers, waarbij sprake was van kredietverlening en een adviesrelatie. In de jaren 1997 tot 2001 ontstonden meerdere periodes met margin- en dekkingstekorten, waarbij de bank niet altijd tijdig ingreep. De belegger leed aanzienlijke koersdalingen op diverse aandelen, maar het uiteindelijke saldo van zijn portefeuille was positief.
De rechtbank wees de vordering af omdat onvoldoende aannemelijk was dat de bank tekort was geschoten of dat er schade was geleden die aan de bank kon worden toegerekend. Het hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat de zorgplicht van de bank niet strekt tot bescherming tegen elk koersverlies, maar tegen risico's die de belegger niet kan of wil dragen. De belegger had de verliezen in de eerste periodes ingelopen, zodat geen schade bestond waarvoor vergoeding verschuldigd was.
De Hoge Raad bevestigt dat de bank een bijzondere zorgplicht heeft, maar dat de strekking van de norm niet is om de belegger tegen elk verlies te beschermen. Er is geen vergoedingsplicht zolang het verlies binnen de door de belegger gewenste en beschikbare bestedingsruimte blijft. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de bank is niet aansprakelijk voor de verliezen binnen de bestedingsruimte van de belegger.