ECLI:NL:PHR:2009:BI5020
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens meermalen ontucht plegen met minderjarige kinderen ondanks herzieningsverzoek
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis waarbij de aanvrager is veroordeeld wegens het meermalen plegen van ontucht met zijn minderjarige dochter en zoon. De feiten betreffen seksueel misbruik over een periode van jaren, met gedetailleerde verklaringen van de slachtoffers en bekentenissen van de aanvrager.
Er is uitgebreid bewijs verzameld, waaronder verklaringen van slachtoffers, getuigen, schoolmedewerkers, en medisch onderzoek naar het maagdenvlies van het dochtertje. De aanvrager heeft in diverse verhoren gedeeltelijk bekentenissen afgelegd, maar ook ontkenningen geuit. De slachtoffers hebben wisselende verklaringen afgelegd, waarbij de zoon onder druk verklaarde en later zijn verklaring introk.
Er zijn meerdere herzieningsverzoeken ingediend, waarbij onder meer werd aangevoerd dat het maagdenvlies intact was, dat verklaringen onder druk waren afgelegd, en dat er sprake was van valse aangifte. De Hoge Raad oordeelt dat deze gronden geen novum opleveren dat tot herziening kan leiden. Medische deskundigen verklaren dat een intact maagdenvlies niet uitsluit dat seksueel misbruik heeft plaatsgevonden.
Het gerechtelijk vooronderzoek en beklagprocedures bevestigen dat onvoldoende bewijs bestaat om de vervolging van de slachtoffers wegens valse aangifte voort te zetten. De Hoge Raad concludeert dat het bewijs tegen de aanvrager voldoende is en wijst het verzoek tot herziening af, waarmee de veroordeling blijft staan.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling wegens meermalen ontucht plegen met minderjarige kinderen.