ECLI:NL:PHR:2009:BI2030
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt teruggeleiding minderjarig kind naar Hongarije op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft een cassatieberoep van de moeder tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch die de terugkeer van haar minderjarige dochter naar Hongarije gelast op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De Centrale Autoriteit had de teruggeleiding verzocht en het hof had dit verzoek bekrachtigd.
De moeder stelde zes middelen aan het cassatieberoep ten grondslag, waaronder dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de Nederlandse nationaliteit van het kind, de gezamenlijke gezagsverhouding van de ouders, en de onduidelijke verblijfsituatie in Hongarije. Deze middelen werden door de Hoge Raad afgewezen vanwege gebrek aan belang, onjuiste rechtsopvattingen of omdat het hof de feiten juist had vastgesteld.
Met name wees de Hoge Raad erop dat het HKOV geen terughoudendheid voorschrijft op grond van de nationaliteit van het kind en dat de uitleg van buitenlands recht door het hof niet in cassatie kan worden getoetst. Ook werd bevestigd dat de weigeringsgrond van artikel 12 lid 2 HKOV Pro restrictief moet worden toegepast en dat het kind niet voldoende rijp was om verzet tegen terugkeer te laten gelden.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is of geen doel treft en verwerpt het beroep met toepassing van artikel 81 RO Pro. De beschikking tot teruggeleiding blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de teruggeleiding van het minderjarige kind naar Hongarije wordt bevestigd.