ECLI:NL:PHR:2009:BH4047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot inning van douaneschuld bij onttrekking aan douanetoezicht zonder kennisgeving aan aangever
Belanghebbende was chauffeur van een vrachtwagen die sweatshirts vervoerde onder douanevervoer van Q naar Zwitserland. De goederen en het vervoersdocument bereikten het kantoor van bestemming niet, zonder dat de aangever of belanghebbende hiervan op de hoogte werden gesteld of de gelegenheid kregen bewijs te leveren van de regelmatigheid van het vervoer of de plaats van onttrekking.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de douaneschuld en omzetbelasting niet geïnd kunnen worden bij andere schuldenaren dan de aangever zonder dat de aangever de verplichte kennisgeving en bewijstermijn heeft gekregen. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De advocaat-generaal analyseerde de communautaire douanewetgeving en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarbij werd vastgesteld dat het kennisgevingsvereiste een conditio sine qua non is voor inning van de douaneschuld. Hoewel dit recht primair de aangever beschermt, zijn ook andere schuldenaren gebaat bij de kennisgeving omdat zij belang hebben bij het bewijs van regelmatigheid of plaats van onttrekking.
De conclusie is dat het inningsverbod bij het ontbreken van kennisgeving ook geldt voor andere schuldenaren dan de aangever, omdat anders de douane de schuld alsnog bij anderen kan innen en zo de procedurefout zou herstellen. De Hoge Raad wordt geadviseerd een prejudiciële vraag te stellen aan het HvJ EG over deze uitlegging van de communautaire bepalingen.
Uitkomst: De Hoge Raad overweegt dat de inning van de douaneschuld ook bij andere schuldenaren dan de aangever niet is toegestaan indien de aangever niet is geïnformeerd en geen gelegenheid heeft gekregen bewijs te leveren, en adviseert een prejudiciële vraag aan het HvJ EG.