ECLI:NL:PHR:2009:BH2687
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoeken tot horen getuigen en motivering vonnis ontnemingsvordering
In deze zaak staat de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij de veroordeelde door het gerechtshof tot betaling van €135.000,- is veroordeeld. De verdediging had in hoger beroep verzocht om het horen van diverse getuigen die mogelijk relevant waren voor de bewijsvoering, waaronder getuigen die ten tijde van de aanhouding van de veroordeelde in de directe omgeving woonden en medewerkers van politie en justitie die betrokken waren bij de aanhouding en doorzoeking.
Het hof wees deze verzoeken af, stellende dat de zaak niet dusdanig complex was dat een schriftelijke afdoening noodzakelijk was en dat de ontnemingsvordering tegen een medeverdachte een aparte zaak betrof. De verdediging voerde aan dat het hof zonder uitdrukkelijke toestemming van de verdediging had afgezien van het horen van niet verschenen getuigen, en dat het hof niet gemotiveerd had waarom het bepaalde verweren verwierp.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om de niet verschenen getuigen alsnog te horen zonder een concreet verzoek van de verdediging en dat het hof niet gehouden was om een gemotiveerd oordeel te geven over verweren die niet uitdrukkelijk in hoger beroep waren herhaald. Tevens werd bevestigd dat het enkel hechten van een pleitnota aan het proces-verbaal niet betekent dat het standpunt daarin ook daadwerkelijk is verdedigd.
De Hoge Raad verwierp de middelen en bevestigde daarmee het arrest van het hof, waarmee het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.