ECLI:NL:PHR:2009:BH0765
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor kosten verzorging en opvoeding kind na onrechtmatige daad biologische vader
De zaak betreft een vordering tot schadevergoeding door de moeder en haar moeder tegen de biologische vader van een kind, geboren uit een onrechtmatige daad. De moeder was minderjarig ten tijde van de zwangerschap en geboorte. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof 's-Hertogenbosch kende de kosten van verzorging en opvoeding toe als vermogensschade.
De Hoge Raad overwoog dat de aansprakelijkheid van de biologische vader voor de kosten van het kind ook geldt wanneer de geboorte het gevolg is van een onrechtmatige daad, ongeacht of sprake is van een normale ouderrelatie. Het hof had terecht geoordeeld dat de kosten van verzorging en opvoeding als vermogensschade kunnen worden beschouwd. Tevens werd het verweer dat de moeder abortus had kunnen plegen verworpen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die onder meer stelden dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen relevant verschil is tussen aansprakelijkheid van een derde en van de biologische vader. Ook het argument dat de moeder alimentatie had moeten vorderen werd verworpen. De vordering tot vergoeding van materiële schade van de moeder werd niet toegewezen omdat haar moeder de verzorging op zich nam. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de biologische vader voor de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.