ECLI:NL:PHR:2009:BH0393
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzame gemeenschappelijke huishouding voor medehuurderschap woonruimte
In deze zaak vordert eiser tot cassatie dat hij als medehuurder wordt erkend van een woning die door zijn grootmoeder werd gehuurd van Ymere. Eiser stelt sinds 1994 met zijn grootmoeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding te voeren. De rechtbank stelde dit vast en kende medehuurderschap toe, maar het hof wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van duurzaamheid.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het begrip duurzame gemeenschappelijke huishouding zoals bedoeld in art. 7:267 en Pro 7:268 BW. Dit begrip is niet scherp omlijnd en omvat ook samenwoning tussen familieleden, mits sprake is van een gemeenschappelijke huishouding met duurzaam karakter. De Hoge Raad benadrukt dat een langdurige samenwoning en nauwe familiebanden het aannemen van duurzaamheid kunnen ondersteunen, maar dat het hof ten onrechte een eis van bijzondere lotsverbondenheid stelde.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de langdurige samenwoning toch niet duurzaam zou zijn, mede gelet op het feit dat eiser tot het overlijden van zijn grootmoeder bij haar bleef wonen. Ook is het hof tekortgeschoten door geen gevolg te geven aan het bewijsaanbod van eiser. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onvolledig bewijsonderzoek, met verwijzing voor verdere behandeling.