ECLI:NL:PHR:2009:BG9155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt begin van uitvoering bij poging diefstal met braak bij ramkraak supermarkt
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte een begin van uitvoering had gegeven aan de poging tot diefstal met braak bij een supermarkt in Millingen aan de Rijn. Het hof had vastgesteld dat verdachte en medeverdachten met een gestolen auto richting de toegangsdeuren van de supermarkt reden en daar handelingen verrichtten die naar uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op voltooiing van het misdrijf.
De verdediging had verzocht om het horen van getuigen die waarnemingen hadden gedaan op de nacht van de feiten, maar het hof wees dit af omdat er geen serieuze betwisting was van de relevante waarnemingen en verdachte zich op zijn zwijgrecht had beroepen. De Hoge Raad bevestigde dat het hof hiermee geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het zwijgen van verdachte niet tegen hem mocht worden gebruikt.
Het bewijs bestond uit verklaringen van politiefunctionarissen, getuigen die de verdachte observeerden, en videobeelden. De Hoge Raad benadrukte dat het handelen van verdachte en medeverdachten, zoals het achteruitrijden met een gestolen auto naar de toegangsdeur en het gebaren geven, een duidelijke aanzet tot het misdrijf vormde. De middelen van cassatie werden verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier maanden gevangenisstraf wegens poging tot diefstal met braak.