ECLI:NL:PHR:2009:BG2195
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt moord met voorbedachte rade ondanks betwisting opzet
Op 5 september 2006 schoot verdachte in een café in Rotterdam met een jachtgeweer op het slachtoffer, waarbij het slachtoffer overleed. Het hof stelde vast dat verdachte na een ruzie het café had verlaten, zich van een jachtgeweer had voorzien en terugkeerde om het slachtoffer te confronteren. Het hof oordeelde dat verdachte voldoende tijd had gehad om zich te beraden en dat sprake was van moord met voorbedachte rade.
Verdachte stelde dat het wapen per ongeluk was afgegaan en dat hij niet de intentie had het slachtoffer te doden, maar slechts bang te maken. Dit verweer verwierp het hof, mede omdat verdachte zelf verklaarde het wapen gericht te hebben en een schot te hebben gelost. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst erop dat per ongeluk afgaan van het wapen niet verenigbaar is met de bewezenverklaring van opzet.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewezenverklaring voldoende heeft gemotiveerd en dat het middel van verdachte, dat het hof onbegrijpelijk zou hebben geoordeeld over het opzet, faalt. Het beroep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf voor moord blijft in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte rade.