ECLI:NL:PHR:2009:BF0003
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij val van chauffeur door olievervuiling op tankstation
De zaak betreft een werknemer die tijdens zijn werkzaamheden bij het tanken op een ernstig vervuild tankstation uitgleed en letsel opliep. De werknemer stelde zijn werkgever Autop aansprakelijk op grond van art. 7:658 BW Pro wegens schending van de zorgplicht. De kantonrechter wees de vordering af, waarna het Hof het vonnis bekrachtigde. Het Hof oordeelde dat tanken op een tankstation geen intrinsiek gevaarlijke bezigheid is en dat de werkgever geen invloed had op de staat van het tankstation. Wel was bekend dat het tankstation regelmatig vervuild was, maar dit was onvoldoende om de werkgever aansprakelijk te houden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof vanwege onduidelijkheid over de mate van vervuiling en de zorgplicht van de werkgever, en wijst op het belang van een juiste toetsing van de omstandigheden en de eigen oplettendheid van de werknemer. Tevens bespreekt de Hoge Raad de toepasselijkheid van art. 7:611 BW Pro inzake aanvullende verzekeringsplicht, maar oordeelt dat dit in deze zaak niet aan de orde is. De zaak wordt verwezen naar het Hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de zorgplicht en aansprakelijkheid van de werkgever.