ECLI:NL:PHR:2009:BB5878
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing foutenleer bij herstel van niet-geactiveerde vrijwaringsvordering als informeel kapitaal
In deze zaak stond centraal of een door belanghebbende uit hoofde van een vrijwaringsclausule ontvangen bedrag, dat niet als actiefpost was geactiveerd maar ten onrechte tot de winst was gerekend, in een later jaar alsnog kon worden gecorrigeerd via de foutenleer. De feiten betroffen een verkoop van aandelen waarbij een derdenbeding vrijwaringsclaims aan de belanghebbende toekende, maar waarbij de vordering niet op de balans was opgenomen.
De Rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een foutenleerfout omdat de omvang van de vordering in 1991 te onzeker was. Het Hof stelde echter vast dat sprake was van een inbrengfout die in 2001 hersteld kon worden, waarbij het bedrag alsnog als vordering en informeel kapitaal op de balans werd opgenomen en het ten onrechte in 1998 tot de winst gerekende bedrag in 2001 ten laste van de winst werd gebracht.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat dit niet was toegestaan omdat de vordering deels was betaald en de foutenleerleer niet van toepassing zou zijn op incidentele fouten of afgewikkelde transacties. De Hoge Raad bevestigde dat de foutenleer primair dient om de totaalwinst correct vast te stellen en dat herstel in het laatst openstaande jaar mogelijk is, ook als eerdere betalingen al tot winst waren gerekend. Het arrest verduidelijkt de toepassing van de foutenleer bij activeringsfouten van vorderingen die als informeel kapitaal behoren te worden geactiveerd, en bevestigt dat correctie van dergelijke fouten mogelijk is, mits het activum nog deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de foutenleer kan worden toegepast om de niet-geactiveerde vrijwaringsvordering alsnog te activeren en het ten onrechte tot de winst gerekende bedrag in 2001 te corrigeren.