ECLI:NL:PHR:2008:BG4004
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg algemene voorwaarden over schadevergoeding bij aanleg en instandhouding van gasleidingen
Deze zaak betreft de uitleg van artikel VII van de Algemene Voorwaarden betreffende aanleg en instandhouding van leidingen (AVL 1966), toegepast op een geschil tussen Gasunie en grondeigenaren over schadevergoeding.
[Eiser] c.s. waren gebruiker en later eigenaar van percelen met gasleidingen van Gasunie. Zij vorderden vergoeding voor vermogensschade door een lagere verkoopprijs van de grond, veroorzaakt door de aanwezigheid van de leidingen. De rechtbank en het hof wezen de vordering af, stellende dat artikel VII geen grondslag biedt voor vergoeding van dergelijke schade door gebruikers die later eigenaar werden.
In cassatie betoogden eisers dat ook toekomstige, niet-voorzienbare schade voor gebruikers/opvolgend eigenaren vergoed moet worden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht een beperkte uitleg gaf aan artikel VII, waarbij gebruikers niet voor toekomstige vermogensschade als eigenaar kunnen vorderen, mede gelet op de ratio van de regeling en het feit dat minderwaarde bij verkrijging geacht wordt verdisconteerd te zijn.
De Hoge Raad verwierp ook klachten over de uitlegnorm (Haviltex) en het bewijsaanbod van eisers, en concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.