ECLI:NL:PHR:2008:BG1667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motivering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij diefstal computers
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van €6.679,19 als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit diefstal van computerapparatuur.
Het hof had vastgesteld dat betrokkene als organisator van de diefstal optrad en dat een deel van de gestolen goederen niet was teruggevonden, maar vermoedelijk in het illegale circuit was verhandeld. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd berekend op 25% van de dagwaarde van de niet teruggevonden goederen.
De Hoge Raad overweegt dat het hof bij de bepaling van het voordeel uit mag gaan van een schatting en dat het oordeel dat betrokkene het voordeel heeft behaald en de medeverdachten niet, niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. Het middel dat het hof had moeten verdelen over meerdere daders faalt.
De Hoge Raad wijst ook op het belang van de proceshouding van betrokkene voor de mate van motivering die vereist is. De cassatie wordt verworpen, maar vanwege termijnoverschrijding wordt de betalingsverplichting verlaagd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel van €6.679,19, met verlaging wegens termijnoverschrijding.