ECLI:NL:PHR:2008:BG1115
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergunningplicht voor bouwactiviteiten ondanks onderhoudskarakter
In deze zaak kwam de vraag aan de orde of bepaalde werkzaamheden aan panden, waaronder het plaatsen van een stalen bint, het gebruik van een vuilcontainer en het beplaten van wanden met gipsplaten, vergunningplichtig waren onder de verleende bouwvergunning. De gemeente had een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van een bouwstop en dwangbevelen uitgevaardigd.
Het hof had geoordeeld dat het plaatsen van het stalen bint onderdeel was van de dakconstructie en daarmee vergunningplichtig, ondanks dat het bint niet definitief was bevestigd. Ook het gebruik van de vuilcontainer werd gezien als vergunningplichtig, omdat deze werd gebruikt voor werkzaamheden aan het dak. Het beplaten van wanden met gipsplaten werd aangemerkt als het bouwen van nieuwe binnenmuren, onderdeel van het bouwplan waarvoor vergunning was verleend.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst erop dat de bouwvergunning het rechtsoordeel van burgemeester en wethouders bevat dat het bouwplan in zijn totaliteit vergunningplichtig is. Onderhoudswerkzaamheden die deel uitmaken van het bouwplan zijn dus ook vergunningplichtig. De formele rechtskracht van de bouwvergunning brengt mee dat de verzetrechter dit oordeel moet respecteren. De cassatieberoepen van eiseres worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werkzaamheden vergunningplichtig zijn en verwerpt het cassatieberoep.