ECLI:NL:PHR:2008:BF8824
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht van beleggingsadviseur bij advies over ICT-aandelen en wanprestatie
Deze zaak betreft een geschil tussen [eiseres] en Van Lanschot Bankiers over de vraag of Van Lanschot tekort is geschoten in haar zorgplicht als beleggingsadviseur door te adviseren in ICT-aandelen, waarop later aanzienlijke verliezen zijn geleden.
De feiten betreffen een adviesrelatie vanaf 1997, waarbij een risicoprofiel met bovengemiddeld risico en dynamisch beleggen is vastgesteld. Van Lanschot gaf in 1998 twee beleggingsadviezen, waarvan het tweede advies van 31 augustus 1998 het toetsingskader vormde. Vanaf eind 1999 werden aandelen in ICT en technologie gekocht, wat later tot verliezen leidde.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat Van Lanschot wanprestatie had gepleegd door af te wijken van het eerste, meer defensieve advies. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat het handelen van Van Lanschot niet in strijd was met het risicoprofiel en het tweede advies, en dat de adviezen niet onaanvaardbaar waren volgens de toen geldende marktinzichten.
De Hoge Raad bevestigt dat de zorgplicht van de bank inhoudt dat zij moet handelen als een redelijk bekwaam adviseur, maar dat de belegger zelf verantwoordelijk is voor beleggingsbeslissingen. De klachten van [eiseres] falen omdat het hof terecht heeft geoordeeld dat Van Lanschot binnen het risicoprofiel en de gangbare normen handelde, en dat er geen bewijs is dat Van Lanschot onzorgvuldig of onrechtmatig heeft gehandeld.
De Hoge Raad wijst ook het beroep af dat Van Lanschot schriftelijk had moeten vastleggen dat het risicoprofiel was gewijzigd, en benadrukt dat het risicoprofiel van maart 1997 leidend bleef. De adviezen van Van Lanschot zijn niet onjuist of onaanvaardbaar gebleken, en de verliezen zijn inherent aan beleggen in aandelen met bovengemiddeld risico.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd; Van Lanschot is niet aansprakelijk.