ECLI:NL:PHR:2008:BF0754
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van cassatieprocedure door ontbreken pleitnota en onherstelbaar procesverzuim
In deze zaak klaagt verdachte dat de pleitnota, die op 7 december 2006 in hoger beroep is overgelegd, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn toegezonden. Deze pleitnota is essentieel voor de verdediging tijdens de terechtzitting in hoger beroep. De raadsman van verdachte heeft dit gemeld en verzocht om toezending, maar herstel van het verzuim heeft niet plaatsgevonden.
Het Hof te 's-Gravenhage had verdachte op 21 december 2006 niet strafbaar verklaard voor poging tot doodslag en bedreiging, en hem ontslagen van alle rechtsvervolging met een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor één jaar. Verdachte stelde cassatie in, vertegenwoordigd door mr. G. Spong, die een schriftuur indiende met één middel van cassatie.
De Hoge Raad stelt vast dat het ontbreken van de pleitnota zozeer strijdt met een behoorlijke procesorde dat het leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak, omdat het verzuim onherstelbaar is. Omdat verdachte geen belang heeft bij het middel en het verzuim niet is hersteld, verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de pleitnota en onherstelbaar procesverzuim.