ECLI:NL:PHR:2008:BE7451
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheden belastingontvanger tijdens afkoelingsperiode bodembeslag op geleasede machines
In deze zaak staat centraal of de bevoegdheden van de belastingontvanger uit hoofde van art. 22 lid 3 Invorderingswet Pro 1990, met betrekking tot het bodembeslag, tijdens een afkoelingsperiode als bedoeld in art. 241a Faillissementswet kunnen worden uitgeoefend jegens derden die hun rechten op geleasede machines reeds hebben opgeëist.
De feiten betreffen leaseovereenkomsten tussen Alcor (lessor) en Memox (lessee) betreffende twee machines. Na beëindiging van de lease wegens wanbetaling eiste Alcor de machines op. Tijdens de afkoelingsperiode legde de belastingontvanger bodembeslag op de machines. Singulus, als houdster van de rechten uit de lease, vorderde dat het bodembeslag haar niet kon worden tegengeworpen.
De Hoge Raad bespreekt de aard van het fiscale bodemrecht, de afkoelingsperiode en de verhouding tussen eigendomsrechten van derden en het bodemrecht. Hij concludeert dat het bodemrecht een politiek compromis is met arbitraire grenzen en dat de bevoegdheden van de belastingontvanger ook tijdens de afkoelingsperiode kunnen worden uitgeoefend jegens derden die hun rechten vooraf hebben opgeëist. De stelling dat de eigendom van geleasede zaken na beëindiging van de lease en opeising zou veranderen in 'reële eigendom' wordt verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en laat de verdere beoordeling aan de lagere rechter over.
Uitkomst: Het bodembeslag van de belastingontvanger tijdens de afkoelingsperiode kan niet worden tegengeworpen aan de lessor die de geleasede machines vooraf heeft opgeëist.